Eiser diende een aanvraag in voor een Tozo-uitkering en ontving een voorschot en definitieve uitkering over maart tot mei 2020. Later bleek dat eiser sinds 2018 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, wat niet was opgegeven bij de aanvraag. Hierdoor werd een te hoog bedrag aan Tozo-uitkering toegekend. De Bevelanden vorderde de teveel betaalde uitkering van €3.352,27 terug. Eiser erkende de betrokkenheid van de arbeidsongeschiktheidsuitkering maar betwistte dat bij het voorschot geen rekening was gehouden met zijn opgegeven winst uit onderneming en verzocht om kwijtschelding van €1.500,-.
De rechtbank oordeelt dat het inkomensbegrip van de Participatiewet geldt, waarbij fiscale aftrekposten niet relevant zijn. Beroepsgronden tegen het voorschot- en toekenningsbesluit kunnen niet meer worden beoordeeld omdat deze besluiten onherroepelijk zijn. De herziening en terugvordering zijn terecht gebaseerd op het niet opgegeven inkomen uit arbeidsongeschiktheidsuitkering, wat als inkomen wordt aangemerkt. De rechtbank vindt de motivering van het bestreden besluit na aanvulling toereikend en ziet geen dringende redenen om terugvordering te matigen of af te zien.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank draagt de Bevelanden op het betaalde griffierecht van €49,- aan eiser te vergoeden vanwege het aanvankelijke motiveringsgebrek. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.