ECLI:NL:RBZWB:2022:6991
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ingediend op 18 februari 2021. Hoewel eiseres het beroep te vroeg indiende, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels is verstreken en er nog geen besluit is genomen.
De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst uiterlijk op 18 augustus 2021 had moeten beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Verweerder verzocht om een verlenging van de beslistermijn tot twaalf weken na de uitspraak vanwege de grote hoeveelheid aanvragen en benodigde zorgvuldigheid. De rechtbank acht deze termijn redelijk en wijst een termijn van twaalf weken toe.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Daarnaast stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en stelt duidelijke termijnen en sancties vast om naleving af te dwingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.