Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
- De uitspraak van de inspecteur van 19 november 2021 op het bezwaar van belanghebbende tegen de verzonden rekening motorrijtuigenbelasting met kenmerk [aanslagnummer 2] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen onbetaalde rekeningen motorrijtuigenbelasting (MRB), die volgens de rechtbank geen voor bezwaar vatbare beschikkingen zijn. De MRB is een belasting die op aangifte moet worden voldaan en de rekening heeft slechts een herinneringsfunctie.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende niet voldoende feiten heeft gesteld om aan te tonen dat het Unierecht van toepassing is, ondanks een grensoverschrijdend element. Ook indien het Unierecht van toepassing zou zijn, biedt het nationale rechtsstelsel voldoende rechtsmiddelen via bezwaar en beroep tegen naheffingsaanslagen.
De rechtbank verwierp het beroep op artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU en oordeelde dat het griffierecht niet in strijd is met het Unierecht. Prejudiciële vragen aan het Europese Hof werden niet noodzakelijk geacht. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren motorrijtuigenbelasting worden ongegrond verklaard.