ECLI:NL:RBZWB:2022:7036
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond voor aanslagen inkomstenbelasting en Zvw 2018, beroep ongegrond voor 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 2018 en 2019. Voor 2018 werd bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn, maar ambtshalve afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting was belanghebbende niet aanwezig, ondanks correcte uitnodiging. De inspecteur gaf aan dat de aanslagen en boete voor 2018 vernietigd moesten worden. De rechtbank oordeelde dat het beroep voor 2018 gegrond was en stelde de aanslagen en boete op nihil vast.
Voor 2019 was sprake van een nihil-aanslag waartegen belanghebbende geen inhoudelijke gronden aanvoerde. De rechtbank verklaarde het beroep voor 2019 ongegrond.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Beroep gegrond voor aanslagen 2018 met vernietiging en nihilstelling, beroep ongegrond voor 2019 nihil-aanslag