ECLI:NL:RBZWB:2022:7104
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 19 oktober 2021 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder op 24 oktober 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Een langere termijn dan de standaard twee weken is gerechtvaardigd vanwege het grote aantal verzoeken dat verweerder moet behandelen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet tevens het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 betalen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een hogere dwangsom of verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.