ECLI:NL:RBZWB:2022:7125
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting niet-ontvankelijk na terugbetaling aanmaningskosten
Belanghebbende parkeerde op 11 december 2020 een auto zonder te betalen voor parkeerbelasting, waarna een naheffingsaanslag met aanmaningskosten werd opgelegd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanmaningskosten, dat door de invorderingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure kwam de invorderingsambtenaar alsnog geheel tegemoet aan de klachten door de betaalde aanmaningskosten terug te betalen en toe te zeggen de proceskosten en het griffierecht te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat hierdoor het beroep niet-ontvankelijk is, omdat er geen procesbelang meer bestaat.
De rechtbank veroordeelde de invorderingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €648,50, en tot vergoeding van het griffierecht van €49. De gemachtigde van belanghebbende had een bezwaarschrift en beroepschrift ingediend en een hoorgesprek gevoerd. Het verschijnen ter zitting werd niet beloond omdat de gemachtigde al op de hoogte was van de tegemoetkoming.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanmaningskosten zijn terugbetaald en er geen procesbelang meer is.