ECLI:NL:RBZWB:2022:7133

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 november 2022
Publicatiedatum
28 november 2022
Zaaknummer
21/1141
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep en proceskostenveroordeling wegens vernietiging aanslag reclamebelasting

De heffingsambtenaar legde op 30 september 2020 een aanslag reclamebelasting 2020 op aan belanghebbende, tegen welke aanslag bezwaar werd gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 4 februari 2021 werd het bezwaar ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

Op 18 oktober 2022 berichtte de heffingsambtenaar de rechtbank dat op basis van aanvullende stukken de aanslag vernietigd zou worden vanwege opgewekt vertrouwen. Naar aanleiding hiervan trok belanghebbende het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank stelde de heffingsambtenaar in de gelegenheid te reageren op het verzoek, maar deze maakte hier aanvankelijk geen gebruik van. Na ontvangst van een brief op 24 november 2022 waarin de heffingsambtenaar instemde met de proceskostenvergoeding en betaling in gang had gezet, werd het onderzoek heropend en daarna gesloten.

De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van € 24,80 aan verschotten. De griffierechten van € 360 konden niet worden vergoed via deze procedure, maar dienen door de heffingsambtenaar uit eigen beweging te worden betaald. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 28 november 2022.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 24,80 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/1141
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Steenbergen, de heffingsambtenaar.

1.Procesverloop

1.1.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 30 september 2020 een aanslag reclamebelasting 2020 (aanslagnummer: [aanslagnummer] ) (hierna: de aanslag) aan belanghebbende opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Bij uitspraak op bezwaar van 4 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
1.3.
Bij brief van 18 oktober 2022 heeft de heffingsambtenaar de rechtbank bericht dat hij op basis van aanvullende stukken aanleiding heeft gezien om de aanslag te vernietigen vanwege opgewekt vertrouwen.
1.4.
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
1.5.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De heffingsambtenaar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt binnen de daartoe door de rechtbank gestelde termijn. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
1.6.
Op 24 november 2022 heeft de rechtbank alsnog een reactie van de heffingsambtenaar ontvangen. Deze brief is aanleiding geweest om het onderzoek te heropenen en de brief aan de gedingstukken toe te voegen. De inhoud van de brief brengt mee dat een nadere schriftelijke ronde achterwege kan blijven. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek opnieuw gesloten en de uitspraakdatum op heden bepaald. Een afschrift van de brief van de brief van de heffingsambtenaar wordt met deze uitspraak meegezonden.

2.Overwegingen

2.1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2.2.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2.3.
Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van € 24,80 aan verschotten. De heffingsambtenaar heeft in de brief die is ontvangen op 24 november 2022 verklaard in te stemmen met dit verzoek en tevens dat de betaling daarvan reeds in gang is gezet. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen.
2.4.
Belanghebbende heeft € 360 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de heffingsambtenaar te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De heffingsambtenaar moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).

3.Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 24,80.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H.M. van Ooijen, griffier, op 28 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier,
De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.