ECLI:NL:RBZWB:2022:7138
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepschrifttermijn bij intrekking bijstandsuitkering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers tot intrekking van zijn bijstandsuitkering en terugvordering van te veel ontvangen uitkering. Na een beslissing op bezwaar die het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk verklaarde en het bezwaar tegen terugvordering ongegrond verklaarde, heeft eiser beroep ingesteld tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De termijn van zes weken voor het indienen van beroep begon op de dag na de bekendmaking van het bestreden besluit op 14 februari 2020 en eindigde op 27 maart 2020. Het beroepschrift is echter pas op 21 maart 2022 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
Eiser voerde aan dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, dat een vrijwilliger het bezwaarschrift opstelde, en dat hij door huurachterstand en het achterhouden van post door de huisbaas niet tijdig kennis kon nemen van het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt echter dat eiser zelf maatregelen had kunnen treffen om tijdig kennis te nemen van zijn post, zoals het laten doorsturen van post, en dat de gevolgen van het niet tijdig ontvangen van de post voor zijn eigen risico zijn.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn.