ECLI:NL:RBZWB:2022:7145
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na toekenning WIA-uitkering na bezwaar
Verzoeker diende bezwaar in tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 14 juni 2021. Het bezwaar werd aanvankelijk ongegrond verklaard, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank. Vervolgens wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog de WIA-uitkering toe, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenveroordeling kennelijk gegrond was, omdat het UWV aan het beroep was tegemoetgekomen. De proceskosten werden vastgesteld op € 759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, inclusief één punt voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 49,- door het UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, lid 7, Awb.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 25 november 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 759,-.