ECLI:NL:RBZWB:2022:7159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft beslist op haar aanvraag van 3 februari 2021 voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, is overschreden. Eiseres heeft de Belastingdienst op 5 juli 2022 in gebreke gesteld en sindsdien is de termijn van twee weken verstreken waarna beroep mogelijk is.
Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van dertien weken verzocht vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de afhandeling, acht de rechtbank een termijn van twaalf weken na verzending van het vonnis redelijk. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen, en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.