ECLI:NL:RBZWB:2022:7160
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 1 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. De uiterste beslistermijn was 1 april 2022. Nadat eiseres verweerder op 20 oktober 2022 in gebreke stelde en de ingebrekestelling op 21 oktober 2022 werd ontvangen, stelde de rechtbank vast dat de beslistermijn was overschreden.
De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog moest beslissen, maar na verzoek van verweerder werd deze termijn verlengd tot elf weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank wees een verdere verlenging wegens vertraging door eiseres af.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder werd ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €379,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.