Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 november 2022 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van witwassen van ruim €80.000, voertuigen, een woning en aanbetalingen voor onroerend goed in Turkije over de periode van mei 2014 tot oktober 2019.
De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was van witwassen, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de gelden en goederen uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevatte. Verdachte woonde in een woning waarvan haar zus eigenaar was en was deels minderjarig tijdens de periode van de hypotheek en het bouwdepot. Daarnaast was slechts één overboeking van €1000 van verdachte naar haar zus vastgesteld, zonder aanwijzingen van betrokkenheid bij overige gelden of goederen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde witwassen wegens het ontbreken van bewijs dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de gelden uit misdrijf afkomstig waren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij witwassen.