ECLI:NL:RBZWB:2022:7205
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving geluidsoverlast airco-unit wegens onjuiste kwalificatie bouwwerk
Eiseres verzocht het college handhavend op te treden tegen geluidsoverlast veroorzaakt door een airco-unit op het dak van de aangrenzende woning. Het college wees dit verzoek af, stellende dat geen overtreding van het Bouwbesluit, bestemmingsplan of de APV was vastgesteld. Eiseres maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het college de airco-unit ten onrechte niet als bouwwerk heeft aangemerkt. Volgens de rechtbank is de unit een constructie van enige omvang die bedoeld is om ter plaatse te functioneren, waardoor het bouwen ervan vergunningplichtig is.
De rechtbank stelt echter vast dat het college terecht heeft geoordeeld dat er geen overtreding van artikel 3.8 van het Bouwbesluit is, omdat deze regeling pas vanaf 1 april 2021 geldt en de airco-unit eerder is geplaatst. Ook is geen strijd met het bestemmingsplan of de APV aangetoond. Geluidsonderzoek toont aan dat de geluidshinder niet voldoet aan de criteria voor overtreding van de APV. Hierdoor was het college niet bevoegd om handhavend op te treden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter Karsten-Badal op 29 november 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van de airco-unit als bouwwerk.