Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
5.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, werkzaam als ambassadeur in het buitenland, diende voor het belastingjaar 2018 een P-biljet in in plaats van het door de inspecteur verlangde M-biljet. De inspecteur nam het P-biljet niet in behandeling en legde later een aanslag op basis van het M-biljet vast, inclusief een verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van het juiste biljet.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag tijdig en op juiste grondslagen is vastgesteld, maar vernietigt de verzuimboete. Dit omdat belanghebbende alle benodigde gegevens heeft verstrekt en de inspecteur naliet om tijdig te informeren dat het biljet onjuist was, waardoor belanghebbende niet de kans kreeg om het juiste biljet binnen de termijn in te dienen.
De rechtbank acht het onredelijk om onder deze omstandigheden een boete op te leggen. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft en ongegrond voor het overige.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de verzuimboete en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.