ECLI:NL:RBZWB:2022:7258

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 december 2022
Publicatiedatum
2 december 2022
Zaaknummer
AWB- 22_5346 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning begeleid en beschermd wonen

Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van het gebruik van een pand naar begeleid en beschermd wonen. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van de gevolgen. Uit een e-mail van de belanghebbende bleek dat het pand pas in gebruik wordt genomen nadat op het bezwaar is beslist. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke spoedeisendheid.

Verzoekers stelden dat er indirect onherstelbare gevolgen kunnen ontstaan voor hun meervoudig gehandicapte zonen door mogelijke risico’s in de tuin. De voorzieningenrechter achtte dit onvoldoende om de spoedeisendheid aan te nemen. Mocht de belanghebbende haar toezegging niet nakomen, dan staat het verzoekers vrij opnieuw een verzoek in te dienen.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5346

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2022 in de zaak tussen

[namen verzoekers] , uit [adres verzoekers] , verzoekers

en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Als derde partij is aangemerkt:
[naam belanghebbende], te [vestigingsplaats belanghebbende] .

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het veranderen van het gebruik naar begeleid en beschermd wonen aan [adres perceel] te [vestigingsplaats belanghebbende]. Zij hebben de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Dat betekent dat sprake moet zijn van een situatie waarin – in dit geval – de beslissing op bezwaar niet afgewacht kan worden, omdat het onmogelijk zal zijn om eventuele gevolgen van (de uitvoering van) het besluit te herstellen (onomkeerbaarheid).
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat [naam belanghebbende] in een e-mailbericht aan het college heeft medegedeeld dat zij het pand - conform de verleende omgevingsvergunning - pas in gebruik zal gaan nemen als er op de bezwaren is beslist.
4. Gelet op dat e-mailbericht heeft de voorzieningenrechter verzoekers in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom de beslissing op bezwaar niet afgewacht kan worden. Volgens verzoekers is sprake van noodzaak tot schorsing, omdat het zorgproject nooit van start mag gaan. Indirect kunnen verzoekers worden geconfronteerd met onherstelbare gevolgen, omdat niet ondenkbaar is dat de meervoudig gehandicapte zonen van verzoekers in de tuin vertoeven en hen letsel wordt aangebracht door een cliënt / patiënt waarbij wilsonbekwaamheid/ongeschiktheid geldt.
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op dit moment geen sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter acht het gelet op de verklaring van [naam belanghebbende] aannemelijk dat het pand pas ná de beslissing op bezwaar in gebruik zal worden genomen. De voorzieningenrechter is niet gebleken van feiten en omstandigheden die haar doen twijfelen aan die verklaring. Wanneer later toch zou blijken dat [naam belanghebbende] haar toezegging niet nakomt en alsnog een spoedeisend belang ontstaat, staat het verzoekers altijd vrij opnieuw een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.
6. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening daarom afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 2 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.