ECLI:NL:RBZWB:2022:7258
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning begeleid en beschermd wonen
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van het gebruik van een pand naar begeleid en beschermd wonen. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van de gevolgen. Uit een e-mail van de belanghebbende bleek dat het pand pas in gebruik wordt genomen nadat op het bezwaar is beslist. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke spoedeisendheid.
Verzoekers stelden dat er indirect onherstelbare gevolgen kunnen ontstaan voor hun meervoudig gehandicapte zonen door mogelijke risico’s in de tuin. De voorzieningenrechter achtte dit onvoldoende om de spoedeisendheid aan te nemen. Mocht de belanghebbende haar toezegging niet nakomen, dan staat het verzoekers vrij opnieuw een verzoek in te dienen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.