Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2022 in de zaak tussen
[naam verzoekster] , te [plaatsnaam 1] , verzoekster
[naam derde-partij], te [plaatsnaam 2] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van 14 garages. Na een mediationtraject bereikten partijen een vaststellingsovereenkomst en trok het college op verzoek van de vergunninghouder de vergunning in. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank overwoog dat het college tijdens het mediationtraject toezeggingen had gedaan aan de vergunninghouder en daarmee aan het beroep tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 759,- en wees erop dat het griffierecht van € 354,- op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb door het college moet worden vergoed. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ad € 759,-.