ECLI:NL:RBZWB:2022:7299
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 21 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen, verweerder, had volgens de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 21 januari 2022 moeten beslissen, na een eenmalige verlenging van de beslistermijn. Deze termijn is echter verstreken zonder dat een besluit is genomen.
Eiseres stelde verweerder op 29 april 2022 in gebreke en wachtte de wettelijke termijn van twee weken af. Omdat verweerder nog steeds niet heeft beslist, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft verweerder verzocht stukken en een verweerschrift te overleggen, maar hieraan is geen gehoor gegeven.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Daarnaast moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van €50 vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst/Toeslagen op binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.