ECLI:NL:RBZWB:2022:7302
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet met een vastgesteld dagloon. Na bezwaar verklaarde het bestuursorgaan het bezwaar ongegrond, waarna verzoekster beroep instelde. Het bestuursorgaan wijzigde het besluit en verhoogde het dagloon, waarna verzoekster het beroep introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Gezien de tegemoetkoming van het bestuursorgaan in het beroep en de intrekking van het beroep door verzoekster, werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank veroordeelde het bestuursorgaan tot vergoeding van de proceskosten voor de beroepsfase, vastgesteld op € 759,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 50,- door het bestuursorgaan vergoed moet worden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het bestuursorgaan moet wenden.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster voor de beroepsfase van € 759,-.