ECLI:NL:RBZWB:2022:7305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar WGA-uitkering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 januari 2022 waarbij zijn WGA-uitkering ongewijzigd werd voortgezet. Verweerder, het UWV, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zeventien weken plus een verlenging van zes weken op het bezwaar beslist. Eiser stelde het UWV vervolgens in gebreke en diende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het UWV niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Hoewel het UWV een achterstand heeft door een tekort aan verzekeringsartsen, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk voor een zorgvuldige heroverweging. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Verder wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 379,50 toegekend, gebaseerd op een lichte zaak met een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 5 december 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.