Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, werkzaam als geestelijk verzorger en predikant, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 en de daarbij behorende belastingrente. De inspecteur had aanvankelijk een belastbaar inkomen vastgesteld van €81.938 en een aftrek van kosten beperkt tot €61. Na bezwaar werd dit aangepast tot €80.938 en een aftrek van €71, zonder kostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende recht heeft op een hogere aftrek van kosten (€292) voor onder meer lidmaatschap van de Bond van Nederlandse Predikanten en afschrijvingskosten van de toga. Kosten voor reizen in verband met het beroepen worden werden niet erkend wegens gebrek aan bewijs. Kosten voor printerinkt werden afgewezen op grond van de Wet IB 2001.
De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van €80.707 en de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig aangepast. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende wegens het gegrond verklaren van het beroep.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2018 is verminderd tot een belastbaar inkomen van €80.707 met een hogere aftrek van kosten en toekenning van proceskostenvergoeding aan belanghebbende.