ECLI:NL:RBZWB:2022:7366

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
AWB- 22_5237 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet

Verzoeker heeft op 2 september 2022 een aanvraag voor bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Het college heeft deze aanvraag op 20 oktober 2022 afgewezen omdat verzoeker de inlichtingenplicht zou hebben geschonden. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 30 november 2022 was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde, terwijl het college niet verscheen. De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van een spoedeisend belang, wat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij zonder inkomsten zit en schulden heeft, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. Ook bleek uit zijn eigen verklaringen dat hij geen huurachterstand heeft en regelmatig bij een derde verblijft die zijn kosten betaalt.

De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie is die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5237 PW VV

uitspraak van 6 december 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] (verzoeker), te [woonplaats verzoeker],

gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen(het college), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van 20 oktober 2022 (bestreden besluit) over de afwijzing van zijn aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot dit besluit. Het verzoek is behandeld op een zitting van 30 november 2022 in Middelburg. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college is, met voorafgaande afmelding, niet verschenen.

OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden

1. Verzoeker heeft zich op 2 september 2022 gemeld bij het college voor een bijstandsuitkering. Op 23 september 2022 heeft het college zijn aanvraag om bijstand ontvangen, waarin verzoeker [adres verzoeker] te [woonplaats verzoeker] opgeeft als zijn verblijfsplaats.
Naar aanleiding van telefonisch contact met verzoekers belangenbehartiger, mevrouw [naam belanghebbende], heeft het college onderzoek verricht naar verzoekers recht op bijstand. Hierbij zijn – onder meer – waarnemingen verricht over de periode van 29 september 2022 tot en met 10 oktober 2022. Op 11 oktober 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden met een medewerker van de sociale recherche. Tijdens dit gesprek heeft verzoeker verklaard dat hij sinds eind juni 2022 niet in zijn eigen woning verblijft, maar bij [naam belanghebbende].
In het bestreden besluit heeft het college verzoekers bijstandsaanvraag afgewezen. Het college werpt hem tegen dat hij de inlichtingenplicht heeft geschonden, waardoor zijn recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Toetsingskader voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Bij het nemen van een beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening speelt een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol. Daarbij zal de vraag of er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de aangevallen beslissing niet in stand kan blijven, moeten worden beantwoord.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
Beoordeling spoedeisend belang
3. Alvorens kan worden overgegaan tot een inhoudelijke behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening, beoordeelt de voorzieningenrechter of sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter benadrukt dat de rechtspraak met betrekking tot het spoedeisend belang zeer strikt is. Er moet namelijk sprake zijn van een onomkeerbare situatie, zoals bijvoorbeeld acute financiële nood of een acute medische noodsituatie.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van verzoekers enkele stelling dat hij – behoudens enkele toeslagen – zonder inkomsten zit en schulden heeft niet kan worden aangenomen dat sprake is van acute financiële nood die maakt dat de beslissing op verzoekers bezwaarschrift niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter acht daarbij van belang dat verzoeker geen (schriftelijke) bewijsstukken heeft overgelegd die zijn gestelde financiële situatie onderbouwen. De voorzieningenrechter acht verder van belang dat verzoeker ter zitting heeft verklaard dat geen sprake is van een huurachterstand, dat [naam belanghebbende] zijn kosten betaald als deze zich voordoen, en dat hij regelmatig bij haar eet en verblijft. Verzoeker heeft verder geen bewijsstukken ingediend die inzicht geven in zijn huidige woon- en leefsituatie. Ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat verzoeker in een onomkeerbare situatie komt te verkeren als geen voorlopige voorziening wordt getroffen.
Conclusie
5. Gelet op het vorenstaande zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 6 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.