ECLI:NL:RBZWB:2022:7371
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen herziening WW-uitkering
Verzoekster ontving een herzieningsbesluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij te veel WW-uitkering had ontvangen en dit bedrag moest terugbetalen. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, waarna verzoekster beroep instelde. Vervolgens trok het UWV het bestreden besluit in en beperkte de terugvordering tot een lager bedrag. Hierop trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het intrekken van het besluit en de beperking van de terugvordering. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in zo’n situatie het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.841,-, gebaseerd op de door een derde verleende rechtsbijstand en de toepasselijke puntentelling.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van €50,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier M.R. Jouvenaar op 7 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.841,- aan proceskosten aan verzoekster.