ECLI:NL:RBZWB:2022:7404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen legesheffing voor tweede omgevingsvergunning nieuwbouwwoning afgewezen
Belanghebbende heeft twee omgevingsvergunningen aangevraagd voor nieuwbouwwoningen op verschillende locaties binnen dezelfde gemeente. De eerste vergunning werd verleend en later op verzoek van belanghebbende ingetrokken, waarna de leges voor die aanvraag voor 50% werden teruggegeven. Vervolgens diende belanghebbende een tweede aanvraag in voor een andere locatie, waarvoor opnieuw leges in rekening werden gebracht.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar de leges correct had vastgesteld aan de hand van de Legesverordening 2019 van de gemeente Veere. Belanghebbende voerde aan dat de leges te hoog waren en dat de gemeente had moeten voorkomen dat een tweede aanvraag nodig was, om zo dubbele leges te vermijden.
De rechtbank oordeelde dat de leges terecht waren opgelegd omdat het college twee afzonderlijke aanvragen in behandeling had genomen, en dat de procedurele gang van zaken geen invloed heeft op de heffing van leges. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
De uitspraak benadrukt dat leges worden geheven voor het in behandeling nemen van elke aanvraag afzonderlijk, conform de geldende verordening en tarieven, ongeacht de mate van wijziging in het bouwplan of de locatie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de legesheffing is ongegrond verklaard en de leges zijn terecht in rekening gebracht.