Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 18 oktober 2021 onder klaagster een hond in beslag is genomen;
- het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 3 november 2021 ter griffie van deze rechtbank;
- het verweerschrift van de officier van justitie;
- de beschikking van 6 december 2021;
- het proces-verbaal van de openbare raadkamerbehandeling van 19 januari 2022 en
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
2.De beoordeling
3.De beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).