ECLI:NL:RBZWB:2022:7415

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
22-004516
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen beslaglegging op auto wegens rijden zonder rijbewijs

Klaagster heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op haar personenauto, gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro, omdat zij het beslag disproportioneel acht vanwege haar financiële situatie. De auto werd in beslag genomen nadat klaagster op 1 maart 2022 werd betrapt op rijden zonder geldig rijbewijs, terwijl zij reeds eerder hiervoor was veroordeeld en nog steeds geen geldig rijbewijs bezit.

De rechtbank heeft het klaagschrift in raadkamer behandeld en overwogen dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Volgens vaste jurisprudentie is teruggave niet toegestaan indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter verbeurdverklaring zal bevelen. Gezien het recidivekarakter en het ontbreken van een geldig rijbewijs acht de rechtbank verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk.

Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het beslag op de auto. De beslissing is genomen door rechter E.B. Prenger op 13 juni 2022 en kan binnen veertien dagen in cassatie worden aangevochten.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: onbekend
rk.nummer: 22-004516
[klaagster]
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J. Woodrow, Tivolistraat 30, 5017 HR Tilburg
hierna te noemen: klaagster.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 1 maart 2022 onder klaagster in beslag is genomen: een personenauto van het merk Opel Astra, zwart, en voorzien van het [kenteken] (hierna: de personenauto);
  • het klaagschrift, ingediend op 2 maart 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie;
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 30 mei 2022. Gehoord zijn de officier van justitie mr. G. Oosterveld en mr. G.J. Woodrow als gemachtigd raadsman van klaagster.
Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klaagster.
Klaagster acht het voortduren van het beslag in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Klaagster moet rondkomen van een uitkering en wordt door de inbeslagname van haar auto disproportioneel getroffen in haar vermogen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er tegen klaagster een proces-verbaal is opgemaakt wegens het rijden zonder rijbewijs. Gelet op het feit dat er sprake is van recidive, is de auto in beslag genomen. Klaagster leert kennelijk niet van eerdere straffen. De kans op recidive bij teruggave is groot. Daarbij komt, dat aan klaagster tot op heden geen geldig rijbewijs is afgegeven. Gelet op het voorgaande is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de personenauto zal bevelen.
In aanvulling op het klaagschrift heeft de raadsman in raadkamer aangevoerd dat er is uitgegaan van een waarde van € 150,-. De waarde van de personenauto wordt echter geschat op een waarde tussen de € 1.000,- en € 1.500,- Dit kan een rol spelen bij de latere mogelijke verbeurdverklaring van de auto.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt met betrekking tot het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank stelt vast dat klaagster op 1 maart 2022 rijdend in de personenauto is aangetroffen terwijl zij niet over een geldig rijbewijs beschikt. Klaagster is veelvuldig veroordeeld wegens het rijden zonder geldig rijbewijs en beschikt ook thans niet over een geldig rijbewijs. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart:
- het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 13 juni 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2022.
De griffier is buiten staat om deze beslissing te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klaagster binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).