Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De overwegingen omtrent het beslag.
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 december 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot afpersing en deelname aan een criminele organisatie. De officieren van justitie eisten vrijspraak voor het tweede feit en achtten het medeplegen van poging afpersing bewezen op basis van omstandigheden zoals aanwezigheid bij gesprekken en vondst van telefoondoosjes met relevante IMEI-nummers in de auto van verdachte.
De verdediging stelde dat verdachte slechts een vriendendienst had verricht door medeverdachten te vervoeren zonder kennis van het criminele doel en dat er geen sprake was van bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte was aanwezig bij het gesprek maar voerde niet het woord en was niet betrokken bij latere sms-berichten.
De rechtbank oordeelde dat voor medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is en dat verdachte niet vooraf wist van het afleveren van een telefoon met crimineel doel. De aanwezigheid van telefoondoosjes in de auto was onvoldoende bewijs, mede omdat verdachte gemotiveerd ontkende hiervan op de hoogte te zijn en de doosjes niet waren verwijderd. Er was geen bewijs dat verdachte vanaf het moment van aflevering bewust meewerkte aan de poging tot afpersing.
Voor deelname aan een criminele organisatie was eveneens onvoldoende bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Tevens werd het beslag op bepaalde voorwerpen opgeheven en teruggave gelast, en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.