Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Alwel,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Stichting Alwel vordert in kort geding de ontruiming van een woning gelegen te [woonadres], omdat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd per 4 augustus 2022 is geëindigd en de huurder sindsdien zonder recht of titel in de woning verblijft. Tevens vordert Alwel betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 5 augustus 2022 tot daadwerkelijke ontruiming.
De huurder is niet verschenen in de mondelinge behandeling, waardoor verstek is verleend. Alwel heeft een spoedeisend belang bij ontruiming vanwege dringende verduurzamingswerkzaamheden die zonder medewerking van de huurder niet kunnen worden uitgevoerd, met gevolgen voor de buren.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en dat de huurder zonder recht of titel verblijft. De primaire vordering tot ontruiming zal in de bodemprocedure met grote waarschijnlijkheid worden toegewezen, zodat ontruiming in kort geding gerechtvaardigd is. De gebruiksvergoeding wordt eveneens toegewezen, verminderd met een verrekeningsbedrag. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.