ECLI:NL:RBZWB:2022:7449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlaging Ziektewet-uitkering wegens niet accepteren passende arbeid
Eiser was op uitzendbasis werkzaam als betonmedewerker en meldde zich ziek op 3 mei 2021. Het UWV verlaagde zijn Ziektewet-uitkering eerst met 25% en later met 37,5% wegens niet meewerken aan het verkrijgen van passende arbeid, nadat eiser aangeboden functies had geweigerd. Eiser voerde aan dat hij vanwege psychische beperkingen en medicatie niet in staat was de functies te accepteren en dat het UWV onzorgvuldig onderzoek had gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan, inclusief een uitgebreide rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep die alle medische informatie heeft meegewogen. De rechtbank volgt de verzekeringsarts in diens conclusie dat de psychische klachten van eiser geen reden zijn om de aangeboden arbeid als niet passend te beschouwen. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd om het oordeel van de verzekeringsarts te betwisten.
Daarmee is vastgesteld dat passende arbeid is aangeboden en dat eiser deze had moeten accepteren. Het UWV was daarom bevoegd de uitkering te verminderen met 25% en wegens recidive met 37,5%. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, laat de maatregelen in stand en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de Ziektewet-uitkering blijft in stand.