ECLI:NL:RBZWB:2022:7453
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op Woo-aanvraag met dwangsom opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 5 september 2022, zoals vereist op grond van artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo).
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, inclusief een verlenging van twee weken, is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Na ingebrekestelling door eiser op 28 oktober 2022 en het verstrijken van de daaropvolgende termijn, is het beroep gegrond verklaard.
Verweerder heeft vertraging toegelicht door ziekte en onderbezetting, en heeft voorgesteld het Woo-verzoek in twee deelbesluiten te behandelen. De rechtbank acht dit voorstel redelijk en legt termijnen vast voor het nemen van het eerste deelbesluit binnen twee maanden en het tweede deelbesluit binnen zes maanden na verzending van de uitspraak.
Daarnaast is een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt. Verweerder wordt tevens verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting en maakt de uitspraak openbaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet binnen gestelde termijnen deelbesluiten nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van griffierecht.