ECLI:NL:RBZWB:2022:7460
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 19 april 2022 moeten beslissen, nadat de beslistermijn eenmalig met zes maanden was verlengd.
Eiseres stelde verweerder in gebreke na ontvangst van een brief waarin verweerder aangaf niet tijdig te kunnen beslissen. Hoewel de ingebrekestelling werd verzonden vóór het verstrijken van de beslistermijn, oordeelt de rechtbank dat het beroep ontvankelijk is omdat verweerder de indruk wekte dat een ingebrekestelling mogelijk was. Verweerder heeft niet tijdig gereageerd op verzoeken van de rechtbank om stukken en een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres, waarbij het gewicht van de zaak als licht wordt aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.