ECLI:NL:RBZWB:2022:7479
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Toestemming moeder voor verhuizing met minderjarige naar West-Friesland wegens onveilige thuissituatie
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een kort geding waarin de moeder vervangende toestemming vorderde om met haar minderjarige kind naar de regio West-Friesland te verhuizen. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de vader gaf geen toestemming voor de verhuizing. De moeder en het kind verblijven in een blijf-van-mijn-lijfhuis vanwege een onveilige thuissituatie veroorzaakt door de vader.
De vader voert verweer tegen de verhuizing en vordert een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar het belang van het kind bij de verhuizing. De moeder heeft een urgentieverzoek voor een woning in West-Friesland toegewezen gekregen en wil daar een stabiele opvoedsituatie bieden. De rechtbank weegt het belang van het kind, dat moet kunnen rekenen op een beschikbare moeder zonder angst, zwaarder dan het belang van de vader om contact te behouden.
De rechtbank constateert dat de vader agressieregulatieproblemen heeft en een strafrechtelijke zaak tegen hem loopt wegens brandstichting. De contactregeling tussen vader en kind is geschorst. De moeder heeft toegezegd contactherstel te blijven faciliteren. De rechtbank wijst de vordering van de moeder toe, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst de reconventionele vordering van de vader af. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Moeder krijgt vervangende toestemming om met minderjarige naar West-Friesland te verhuizen vanwege onveilige thuissituatie.