ECLI:NL:RBZWB:2022:748
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-beschikking wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van meerdere panden. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn en besloot niet ambtshalve tot vermindering van de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ontvangen, namelijk op 20 april 2020, terwijl de termijn op 18 maart 2020 eindigde. Omdat de wetsartikelen over bezwaartermijnen dwingend zijn, moest het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Belanghebbende gaf geen verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding.
Ten aanzien van het beroep tegen de ambtshalve beslissing verklaarde de rechtbank zich onbevoegd, omdat deze beslissing niet voor bezwaar en beroep vatbaar is en alleen civiel kan worden aangevochten.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde zich onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.