ECLI:NL:RBZWB:2022:7489
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op Woo-aanvraag
Eiser heeft op 27 mei 2022 een aanvraag ingediend bij de minister van Algemene Zaken op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder had uiterlijk 24 juni 2022 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op 3 augustus 2022 in gebreke en na het verstrijken van twee weken diende hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Verweerder heeft aangegeven dat de behandeling is aangevangen en verzocht om een termijn van vier weken, maar de rechtbank stelt een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vast voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €184 aan eiser vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 8 december 2022.
Uitkomst: De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.