ECLI:NL:RBZWB:2022:7508

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juni 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
22-001484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand na sepot

In deze zaak heeft de verzoeker een verzoekschrift ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten verbonden aan het indienen van het verzoekschrift.

De zaak is beëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, waarbij voorlopige hechtenis niet is toegepast en artikel 9a Sr niet van toepassing was. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak feitelijk bij de rechtbank is vervolgd of zou worden vervolgd.

De rechtbank stelt vast dat het gevorderde bedrag van € 1.923,90 voor kosten rechtsbijstand voldoende is onderbouwd en billijk is. Daarnaast wordt een forfaitair bedrag van € 340,00 toegekend voor de kosten van het indienen van het verzoekschrift.

Het totale bedrag van € 2.263,90 wordt toegewezen en zal worden overgemaakt op een rekening ten name van Stichting Beheer Derdengelden TDP Advocaten. Het verzoek voor het overige wordt afgewezen.

De beslissing is genomen door rechter R.J.H. de Brouwer en uitgesproken op 3 juni 2022. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en indieningskosten toe voor een totaalbedrag van € 2.263,90.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 96/126945-17
rk-nummer: 22-001484
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), in de zaak van verzoeker:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1986,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas, Chassésingel 4, 4811 HA Breda

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.923,90, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoeker doen toekomen. De advocaat van verzoeker heeft ermee ingestemd dat het verzoek zonder behandeling ter zitting wordt afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 1.923,90is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.263,90, bestaande uit:
- € 1.923,90 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.263,90zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden TDP Advocaten, onder vermelding van “ rk-nummer 22-001484 [verzoeker] ”.
Deze beslissing is op 3 juni 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting 3 juni 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).