Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
25 dagen.
Beoordeling
Beslissing
25 dagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De veroordeelde is bij vonnis van 23 november 2010 veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van €1.250,00 aan de staat. Tot op heden heeft hij geen enkele betaling verricht, ondanks herhaalde aanmaningen door het CJIB en pogingen van de Franse autoriteiten om het bedrag te incasseren.
De vordering tot gijzeling is op 7 maart 2022 ingediend en op 30 mei 2022 behandeld in de raadkamer. De veroordeelde is niet verschenen, maar de officier van justitie is gehoord. De rechtbank oordeelt dat de vordering ontvankelijk is en dat de veroordeelde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is te betalen.
Op grond van de Wet USB en artikel 6:6:25 Sv Pro wordt de gijzeling voor de duur van 25 dagen toegewezen, waarbij voor elke volle €50 één dag gijzeling wordt gerekend, met een maximum van drie jaar. De rechtbank machtigt de officier van justitie tot toepassing van dit dwangmiddel.
Uitkomst: De rechtbank machtigt gijzeling voor 25 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.