ECLI:NL:RBZWB:2022:7519

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
22-005046
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen beslag op snorfiets wegens ongeldig rijbewijs

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn snorfiets, gelegd op grond van artikel 94 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat hij werd verdacht van rijden met een ongeldig rijbewijs. De rechtbank heeft het klaagschrift behandeld in raadkamer en vastgesteld dat klager niet is verschenen, maar wel tijdig en ontvankelijk was.

De officier van justitie heeft gesteld dat klager recidiveert in het rijden zonder geldig rijbewijs, wat de reden is voor het beslag op het voertuig dat op naam van klager staat. De rechtbank heeft op basis van vaste jurisprudentie overwogen dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van het voertuig zolang niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring zal bevelen.

Gezien de recidive en het feit dat het voertuig op naam van klager staat, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring zal uitspreken. Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het beslag op de snorfiets.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op de snorfiets wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: onbekend
rk.nummer: 22-005046
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres]
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 18 februari 2022 onder klager in beslag is genomen: een snorfiets van het merk Piaggo Vespa Sprint, voorzien van het [kenteken] (hierna: de snorfiets);
  • het klaagschrift, ingediend op 10 maart 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 30 mei 2022. Gehoord is de officier van justitie, mr. G. Oosterveld.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift stekt tot opheffing van het onder klager gelegde beslag van een snorfiets met last tot teruggave aan klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er op 18 februari 2022 proces-verbaal is opgemaakt jegens klager in verband met het rijden met een ongeldig rijbewijs. Er is sprake van recidive. Om die reden is het voertuig in beslag genomen. Het voertuig staat op naam van klager waardoor klager onbeperkt en ongestoord gebruik kan (blijven) maken van het voertuig. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voertuig zal bevelen. Het klaagschrift dient ongegrond te worden verklaard.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank stelt vast dat proces-verbaal is opgemaakt tegen klager wegens het rijden met een ongeldig rijbewijs. Uit het raadkamerdossier is gebleken dat klager eerder is aangehouden voor het rijden met een rijbewijs dat ongeldig is verklaard. Bij deze stand van zaken acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de snorfiets zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 13 juni 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2022.
De griffier is buiten staat om deze beslissing te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).