ECLI:NL:RBZWB:2022:7547
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn herzieningsverzoek voor bijzondere bijstand ten behoeve van de kosten van bewindvoering. Het college wees het verzoek af omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het college zich terecht op dit standpunt heeft gesteld. De door eiser overgelegde stukken, waaronder e-mailcorrespondentie over beslaglegging op zijn salaris, konden ook al bij de eerste aanvraag worden overgelegd en vormen geen nieuw feit. Het besluit van 9 april 2021 over een andere draagkrachtperiode is niet relevant voor het herzieningsverzoek.
De rechtbank vindt het herzieningsbesluit niet evident onredelijk. De draagkracht is volgens de inkomensspecialist van het college terecht vastgesteld en het bewijs van beslag is niet sluitend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.