ECLI:NL:RBZWB:2022:758
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- van Oijen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag en vaststelling kinderalimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt echtscheiding, eenhoofdig gezag en kinderalimentatie. De man wenst geen gezag en heeft geen contact met de kinderen sinds oktober 2020.
De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en wijst de echtscheiding toe. Gezien het contactverbod en het ontbreken van communicatie wijst de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag aan de vrouw toe, in het belang van de kinderen. Het verzoek tot vaststelling van het hoofdverblijf bij de vrouw wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
De rechtbank beoordeelt de draagkracht van partijen voor kinderalimentatie. De vrouw ontvangt een Ziektewetuitkering, de man heeft een lager inkomen dan tijdens de samenleving. De rechtbank volgt de man in het aannemen van onherstelbaar inkomensverlies en gaat uit van zijn huidige inkomen. Gelet op de Hoge Raad-uitspraak wordt rekening gehouden met de werkelijke woonlasten van de man, die lager zijn dan de forfaitaire woonlasten. De woonlasten worden vastgesteld op €225 per maand. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €272 per maand per kind, ingaande op datum beschikking.
Uitkomst: De rechtbank wijst de echtscheiding en eenhoofdig gezag toe aan de vrouw en stelt de kinderalimentatie vast op €272 per maand per kind.