Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
moorddan wel
doodslag. In dat kader komen verschillende dingen in het dossier naar voren die kunnen duiden op een vorm van voorbereiding. Uit het onderzoek naar de telefoongegevens blijkt dat verdachte en zijn [zus verdachte] op de dag van het incident verschillende keren telefonisch contact hebben gehad. Voorts heeft de zus van verdachte hem om 15:04 uur een bericht gestuurd met de mededeling dat ze dacht dat het slachtoffer naar Breda zou komen. De verklaring van verdachte hierover dat hij niet wist dat het slachtoffer naar Breda kwam, lijkt niet te kloppen nu hij om 15.20 uur, en daarmee na voornoemd bericht, nog met zijn zus heeft gebeld. Voorts kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte het wapen waarmee is geschoten eerder die middag uit de schuur heeft gehaald en in de woning heeft gelegd.
5.De strafbaarheid
Subsidiair is betoogd dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald over de aard van de dreiging en er sprake is van putatief noodweer(exces). Doordat het agressieve en vuurwapengevaarlijke slachtoffer in zijn slechte bui uit het niets bij de woning van de ouders van verdachte verscheen, ontstond bij verdachte een hevige gemoedsbeweging door de doodsangst en stress.
De officier van justitie is daarom primair van mening dat de rechtbank niet toekomt aan de vraag of er wel sprake was van een noodweersituatie of putatief noodweer.
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 10 jaar;