Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau vanwege het plaatsen van een hekwerk zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan.
Na een uitgebreide zitting waarin de hoogte en locatie van het hekwerk centraal stonden, is gebleken dat partijen akkoord zijn met het voorlopig laten staan van het hekwerk tot zes weken na besluitvorming op bezwaar. Hierdoor is het spoedeisend belang van verzoeker komen te vervallen.
Het college heeft het verzoek van verzoeker om verlenging van de begunstigingstermijn ingewilligd, zodat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwijst. Wel wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
De zaak betreft een geschil over handhaving van het bestemmingsplan en omgevingsvergunningen, waarbij het college eerder de vergunning heeft herroepen en geweigerd. Verzoeker heeft tegen die besluiten beroep ingesteld. De voorlopige voorziening is bedoeld om het handhavingsbesluit tijdelijk te schorsen, maar dit is niet toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.P. Broeders op 14 december 2022 en is definitief.