ECLI:NL:RBZWB:2022:7626
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Zander
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens niet-nakoming huurovereenkomst en betaling achterstanden
In deze zaak vordert eiseres de ontruiming van een woning door gedaagde, haar zoon, die zonder recht of titel in de woning verblijft en een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd. Eiseres had de hoofdhuurovereenkomst met de verhuurder opgezegd, maar gedaagde weigerde te vertrekken, waardoor eiseres de woning niet kon opleveren.
De kantonrechter oordeelt dat de afspraken tussen partijen kwalificeren als een onderhuurovereenkomst, waarbij gedaagde het gebruik van de woning heeft en zich verbindt tot betaling van de huur aan de verhuurder via eiseres. Er is sprake van een betalingsachterstand van ruim vijf maanden en vaste lasten die gedaagde volgens de afspraken had moeten voldoen.
Gedaagde erkent de betalingsachterstand deels en stelt bereid te zijn een deel terug te betalen, mits het huurcontract op zijn naam wordt gezet. De kantonrechter acht dit onvoldoende en concludeert dat de vordering van eiseres in een bodemprocedure kans van slagen heeft.
Daarom wordt gedaagde veroordeeld om binnen veertien dagen de woning te ontruimen en het bedrag van € 10.889,48 aan huur en vaste lasten te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding wegens niet-tijdige ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en betaling van huurachterstanden en vaste lasten.