ECLI:NL:RBZWB:2022:7672
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar loonheffing 2021 door overschrijding termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de ingehouden loonheffing over 2021, maar diende dit bezwaar niet tijdig in. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. Belanghebbende voerde aan dat hij vertraging opliep door benodigde documenten van de Franse belastingdienst en dat hij in goed vertrouwen handelde. De rechtbank oordeelt dat dit geen verontschuldiging vormt voor het te late indienen van het bezwaar.
De rechtbank benadrukt dat belanghebbende wel degelijk in staat was tijdig bezwaar te maken, maar ervoor koos te wachten op de Franse documenten. Dit risico komt voor zijn rekening. Er is geen toezegging dat de termijn niet zou gelden. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep daarop ongegrond.
Daarnaast is de rechtbank onbevoegd om te oordelen over de ambtshalve beslissing van de inspecteur op grond van artikel 65 AWR Pro, omdat daartegen geen bezwaar of beroep openstaat. Belanghebbende kan het inhoudelijke geschil aan de civiele belastingrechter voorleggen via een procedure tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart zich onbevoegd voor het deel dat ziet op de ambtshalve beslissing. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 16 december 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar door overschrijding van de bezwaartermijn; de rechtbank is onbevoegd voor het ambtshalve besluit.