ECLI:NL:RBZWB:2022:7684

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 november 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
9989631_E16112022
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:21 BWArt. 7:22 BWArt. 6:96 BWArt. 241 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding consumentenkoop wegens non-conforme televisie met beeldretentie

Eiser kocht in april 2018 via de webwinkel van gedaagde een LG OLED-televisie voor €1.588,-. Na ruim drie jaar trad een beeldafwijking op in de vorm van lichte retentie, waarbij beelden blijven hangen. Eiser meldde dit in februari 2022 en verzocht om reparatie, welke gedaagde aanvankelijk weigerde kosteloos uit te voeren. Na onderzoek bleek het scherm vervangen te moeten worden, maar eiser weigerde te betalen en ontbond de koop in mei 2022.

De rechtbank stelde vast dat de televisie niet voldeed aan de overeenkomst omdat de retentie niet te verwachten was binnen de gebruiksduur die de fabrikant had beloofd. Gedaagde kon onvoldoende aantonen dat de afwijking gering was of dat eiser onzorgvuldig met het toestel was omgegaan. De garantietermijn was volgens de rechtbank niet doorslaggevend omdat consumenten wettelijk beschermd zijn.

De ontbinding van de koop werd daarom gerechtvaardigd, met terugbetaling van de koopsom aan eiser. De gevorderde schadevergoeding wegens deurwaarderskosten werd afgewezen omdat deze niet voldoende was onderbouwd. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente over de terug te betalen koopsom en proceskosten.

Uitkomst: De koop van de televisie wordt ontbonden en de koopsom van €1.588,- wordt terugbetaald met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Locatie Breda
zaak/rolnr.: 9989631 CV EXPL 22-2206
vonnis d.d. 16 november 2022
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
procederend in persoon,
tegen
1) de vennootschap onder firma [gedaagde],
gevestigd en kantoorhoudende te Barneveld,
2) [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
3) [gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagden,
procederend bij monde van gedaagde sub 3.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 25 juni 2022 met producties;
b. de conclusie van antwoord;
c. de akte van eiseres met producties;
d. de antwoordakte van gedaagden.
Daarna is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1
Eiser (verder te noemen: [eiser] ) vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden (verder te noemen: [gedaagde] ) te veroordelen tot betaling van:
a. a) € 1.588,- ter zake retournering van de koopsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 2022 tot de dag van voldoening;
b) € 117,70 ter zake schadevergoeding,
met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
2.2
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.De beoordeling

3.1
Tussen partijen staat het volgende vast.
Op 16 april 2018 heeft [eiser] via de webwinkel van [gedaagde] een LG 55C7 OLED-televisie gekocht voor € 1.588,- inclusief verzendkosten. [gedaagde] heeft de televisie kort daarna geleverd. Eind december 2021 constateerde [eiser] een afwijking in het beeld. [eiser] heeft op 22 februari 2022 contact opgenomen met [gedaagde] met het verzoek de televisie te repareren. [gedaagde] heeft (in ieder geval in eerste instantie) geweigerd de televisie kosteloos te repareren of te vervangen. Op 15 maart 2022 heeft [eiser] een ingebrekestelling gestuurd aan [gedaagde] . Op 19 maart 2022 heeft [eiser] de televisie desgewenst afgeleverd bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft de televisie laten onderzoeken. De diagnose van het door [gedaagde] ingeschakelde reparatiecentrum is dat het scherm vervangen dient te worden. Op 19 mei 2022 ontvangt [eiser] hiervoor een offerte. [eiser] weigert te betalen voor reparatie. Op 31 mei 2022 heeft [eiser] een ontbindingsverklaring gestuurd en verzocht om terugbetaling van het voor de televisie betaalde bedrag van € 1.588,- op uiterlijk 14 juni 2022. [gedaagde] heeft dat bedrag niet betaald en heeft de televisie nog onder zich.
3.2
[eiser] heeft, kort weergegeven, het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd.
Het OLED-paneel is veel sneller defect dan wat [eiser] ten tijde van de koop mocht verwachten. LG, de fabrikant van de televisie, heeft in juni 2016 bekend gemaakt dat het OLED-paneel een levensduur van 100.000 uur heeft. Dat komt overeen met ruim 11 jaar 24 uur per dag en 365 dagen per jaar televisie kijken. Het OLED-paneel van de televisie van [eiser] is defect gegaan na slechts 3 jaar en 8 maanden, waarbij de televisie slechts enkele uren per dag is gebruikt.
De televisie beantwoordt daarom niet aan de koopovereenkomst. [eiser] heeft daarom op grond van artikel 21 lid 2 van Pro boek 7 van het Burgerlijk Wetboek recht op kosteloos herstel.
3.3
[gedaagde] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
De televisie is in 2018 gekocht. Pas in 2022 doet [eiser] melding van een gebrek. De garantietermijn is dan al verstreken. [gedaagde] heeft in eerste instantie coulance betracht door aan te bieden om een deel van de reparatiekosten voor haar rekening te nemen, maar daar ging [eiser] niet mee akkoord. Uiteindelijk heeft [gedaagde] [eiser] bij emailbericht van 4 mei 2022 bericht dat het toestel kosteloos voorzien zou worden van een nieuw beeldscherm en dat het vanaf 10 juni 2022 kon worden opgehaald. [gedaagde] is dan ook geen bijkomende kosten voor deze procedure verschuldigd. Bovendien was de televisie niet kapot. Deze kon worden gebruikt om televisie te kijken. Enkel bij bepaalde beelden is lichte retentie zichtbaar, wat het gevolg is van een normaal slijtageproces. Een OLED scherm is gevoeliger dan andere schermen en behoeft de juiste aandacht en zorg. Daar wordt de klant op gewezen.
3.4
De kantonrechter oordeelt eerst over de vraag of sprake is van non-conformiteit.
Voorafgaand aan de procedure en na de ontvangst van de televisie heeft [gedaagde] zich niet op het standpunt gesteld dat lichte retentie (wat betekent het blijven ‘hangen’ van bepaalde beelden) hoort bij een normaal slijtageproces van het beeldscherm. Na onderzoek van de televisie heeft [gedaagde] direct aangeboden een deel van de reparatiekosten voor haar rekening te nemen. Dit duidt op non-conformiteit.
Bovendien heeft [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat [eiser] heeft mogen verwachten dat de retentie zich al na 3 jaar en 8 maanden zou voordoen, terwijl door de fabrikant een lange gebruiksduur heeft beloofd. Dat de televisie op zich werkt, in die zin dat deze aangaat en men televisie kan kijken, betekent niet dat er geen sprake is van non-conformiteit. Televisie kijken met retentie in beeld, is immers niet hetgeen een consument van normaal gebruik van een televisie hoeft te verwachten.
De conclusie is dat er sprake is van non-conformiteit.
3.5
[gedaagde] heeft verder naar voren gebracht dat een OLED scherm de juiste aandacht en zorg behoeft en daarvoor gewaarschuwd wordt. [gedaagde] heeft niet aangevoerd dat [eiser] niet op de juiste manier met de televisie is omgegaan en op welke wijze hij het defect zou hebben veroorzaakt. Voor zover [gedaagde] dat beoogt te betogen, wordt daaraan als onvoldoende gemotiveerd voorbij gegaan.
3.6
Volgens [gedaagde] zou [eiser] niet tijdig hebben geklaagd, omdat – zo begrijpt de kantonrechter – zijn melding buiten de garantietermijn valt. Dat argument gaat echter niet op, omdat [eiser] als consument wordt beschermd door wettelijke bepalingen die gelden ongeacht wat partijen zijn overeengekomen.
3.7
Artikel 7:21 BW Pro bepaalt:
Lid 1

Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan kan de koper eisen:
a. aflevering van het ontbrekende;
b. herstel van de afgeleverde zaak, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen;
c. vervanging van de afgeleverde zaak, tenzij de afwijking van het overeengekomene te gering is om dit te rechtvaardigen, dan wel de zaak na het tijdstip dat de koper redelijkerwijze met ongedaanmaking rekening moet houden, teniet of achteruit is gegaan doordat hij niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud ervan heeft gezorgd.
Lid 2 bepaalt:

De kosten van nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.’
Artikel 7:22 BW Pro bepaalt:

Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan heeft bij een consumentenkoop de koper voorts de bevoegdheid om:
a.de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (…)
3.8
Aangezien [gedaagde] niet of onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd heeft dat de afwijking van de retentie van het beeldscherm gezien haar geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, heeft [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. De ontbinding heeft ongedaanmakingsverplichtingen als gevolg: [eiser] moet de televisie retourneren aan [gedaagde] , wat hij al gedaan heeft, en [gedaagde] moet de koopsom terugbetalen. Dat betekent dat het bedrag van € 1.588,- toewijsbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening.
3.9
[eiser] heeft verder een schadevergoeding van € 117,70 gevorderd, waaraan hij het volgende ten grondslag heeft gelegd. De deurwaarder heeft voor zijn bemoeienissen bij deze zaak € 259,- in rekening gebracht. Daarop strekt in mindering de in de proceskosten te liquideren dagvaardingskosten van € 141,30, zodat € 117,70 resteert.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Artikel 241 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt:

Ter zake van verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, kan jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van artikel 96, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. Dit artikel is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
[eiser] heeft niet onderbouwd dat de bemoeienissen van de deurwaarder geen verrichtingen zijn waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Er kan dan ook niet worden geconcludeerd dat de kosten van de verrichtingen van de deurwaarder op grond van artikel 6:96 lid 1 gevorderd Pro kunnen worden. Verder is niet gesteld of gebleken dat er kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 5 BW Pro zijn gemaakt.
Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
3.1
[gedaagde] heeft aangevoerd de proceskosten niet verschuldigd te zijn, aangezien zij voorafgaand aan de procedure, per emailbericht van 4 mei 2022, alsnog heeft aangeboden de televisie kosteloos te repareren, zodat het opstarten van een procedure niet nodig is geweest voor [eiser] om zijn recht te behalen. [eiser] heeft betwist deze email te hebben ontvangen, en gemotiveerd aangegeven dat dit vermeende bericht van 4 mei 2022 inhoudelijk en voor wat betreft de volgorde van de berichten niet in lijn is met andere (latere) correspondentie van [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarop niet meer inhoudelijk gereageerd. Bovendien wenste [eiser] de overeenkomst vanaf 31 mei 2022 te ontbinden, en heeft [gedaagde] niet voldaan aan het verzoek tot terugbetaling van de koopsom van de televisie.
Dat betekent dat niet is aangetoond dat deze procedure niet noodzakelijk was voor [eiser] om zijn recht te halen.
[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar als gevorderd.

4.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het bedrag van € 1.588,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 2022 tot de dag van voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde [eiser] begroot op € 141,30 aan dagvaardingskosten en € 244,- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022.