Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2022 in de zaak tussen
en [namen eisers2](eisers 2), uit [plaatsnaam] , eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om geen handhavend op te treden tegen de bewoning van een woning door een arbeidsmigrant. Het college had het verzoek tot handhaving afgewezen en dit besluit werd bevestigd na bezwaar. Eisers stelden dat de bewoning in strijd was met het bestemmingsplan en dat er sprake was van overlast en een onveilige elektrische installatie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en oordeelde dat eisers 2 geen belang meer had wegens verhuizing. Het beroep van eisers 1 werd gegrond verklaard omdat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie, waardoor niet kon worden vastgesteld of er sprake was van een overtreding van het bestemmingsplan. De rechtbank verwierp de stellingen over overlast en de bouwbesluit-overtreding omdat deze niet voldoende waren onderbouwd of niet streken ter bescherming van eisers.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het college drie maanden de tijd om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers 1.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt vernietigd en het college moet binnen drie maanden een nieuw besluit nemen.