Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 februari 2022
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte overlegging producties 18 tot en met 23 in conventie en reconventie
- de akte houdende overlegging producties van [gedaagden]
- de mondelinge behandeling op 15 juni 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
subsidiair [eisers] te veroordelen om, zonder aanspraak te maken op enige (schade)vergoeding uit welken hoofde dan ook, te gehengen en te gedogen de verbouwing van zowel [het pand] als het woonhuis zoals feitelijk uitgevoerd, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [eisers] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;