De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot schadevergoeding van een betrokkene die zich gedwongen opgenomen voelde vanwege een te late indiening van een wijzigingsverzoek van een zorgmachtiging onder de Wvggz. De tijdelijke verplichte zorg begon op 3 november 2022, maar het verzoek tot wijziging werd pas op 8 november 2022 ingediend, terwijl de wettelijke termijn tot 7 november liep.
Verzoeker stelde dat hij daardoor vier dagen zonder geldige titel gedwongen was opgenomen en eiste een schadevergoeding van €420. De officier van justitie erkende de termijnoverschrijding, maar stelde dat deze niet aan hem te wijten was en dat het verzoek onverwijld was ingediend na ontvangst van de stukken.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de overschrijding, betrokkene vrijwillig zijn opname wilde voortzetten en volledig meewerkte aan medicatie en controles. Dit maakte dat de vermeende spanning en frustratie niet aannemelijk waren en dat er geen schadevergoeding toegekend werd. De rechtbank benadrukte wel de noodzaak van betere communicatie en tijdige indiening van verzoeken door de officier van justitie.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af, maar erkende dat de wettelijke termijn niet was nageleefd. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.