Veroordeelde is op 4 februari 2022 door de politierechter veroordeeld wegens bedreiging met zware mishandeling en kreeg een taakstraf opgelegd. Tegen deze veroordeling is hoger beroep ingesteld. Na het bevel tot afname van celmateriaal heeft veroordeelde op 29 maart 2022 DNA-materiaal afgestaan, maar hij maakte bezwaar tegen de verwerking van dit materiaal in de databanken.
Veroordeelde stelde dat er geen sprake is van recidivegevaar en dat DNA-onderzoek niet van belang is voor de opsporing van het delict waarvoor hij is veroordeeld. Ook wees hij op zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het verzorgen van zijn zieke vader, en het ontbreken van een juiste belangenafweging.
De rechtbank oordeelt dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden voorschrijft dat bij iedere veroordeelde celmateriaal wordt afgenomen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen. Deze uitzonderingen zijn strikt en betreffen situaties waarin DNA-onderzoek niet van betekenis kan zijn voor opsporing of vervolging. De rechtbank stelt vast dat bedreiging met zware mishandeling een misdrijf is waarbij DNA-onderzoek wel van belang kan zijn.
Er zijn geen objectief waardeerbare omstandigheden die maken dat de kans op recidive zo klein is dat afname en verwerking van DNA niet gerechtvaardigd is. Daarom is het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.