ECLI:NL:RBZWB:2022:7730
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening Verklaring Omtrent het Gedrag voor buitengewoon opsporingsambtenaar
Verzoekster heeft bij de minister voor Rechtsbescherming een Verklaring Omtrent het Gedrag Politiegegevens (VOG-P) aangevraagd voor de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) bij de gemeente Rotterdam. De minister heeft dit verzoek op 12 oktober 2022 afgewezen vanwege eerdere veroordelingen van verzoekster, waaronder winkeldiefstal en fiscale fraude, en eerdere contacten met justitie wegens openlijke geweldpleging en vermogensdelicten.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening zodat zij gedurende de bezwaarperiode haar werkzaamheden als BOA kan voortzetten. De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting op 12 december 2022 het spoedeisend belang van verzoekster erkend, omdat zij zonder VOG-P niet kan werken en op non-actief is gesteld.
Desondanks oordeelt de voorzieningenrechter dat de weigering van de minister niet evident onterecht of onjuist is. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de integriteitseisen voor een BOA hoog zijn en dat de eerdere veroordelingen en justitiële contacten een risico vormen. Het belang van verzoekster weegt niet op tegen het belang van de bescherming van de samenleving.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de VOG-P voor de functie van BOA wordt afgewezen.