ECLI:NL:RBZWB:2022:7755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging compromis WOZ-waarde en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €155.000 per 1 januari 2019. Na bezwaar en beroep bereikten partijen een compromis waarbij de waarde werd vastgesteld op €140.000, met een overeenkomstige vermindering van de aanslag OZB.
De rechtbank bekrachtigt dit compromis en verklaart het beroep gegrond. Tevens is overeengekomen dat de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoedt, inclusief het griffierecht. Daarnaast vordert belanghebbende een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van bezwaar en beroep.
De rechtbank constateert een overschrijding van circa acht maanden en kent een vergoeding van €1.000 toe, te betalen door de minister van Justitie en Veiligheid, die daarom als partij is aangemerkt. De aanslag watersysteemheffing wordt niet door de rechtbank bekrachtigd, maar de heffingsambtenaar zal deze ambtshalve verminderen overeenkomstig de WOZ-waardevermindering.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is op 19 december 2022 uitgesproken door rechter M.M. Dondorp-Loopstra.
Uitkomst: Compromis WOZ-waarde bekrachtigd, aanslag OZB verminderd, en immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens termijnoverschrijding.