ECLI:NL:RBZWB:2022:7756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-waarde beschikking en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2020. Na een bezwaarprocedure en een daaropvolgend beroepsproces heeft de rechtbank op 15 december 2022 de zaak behandeld. Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming, waarna belanghebbende het beroep introk.
De rechtbank beoordeelde vervolgens het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De redelijke termijn van twee jaar was met ongeveer acht maanden overschreden, hoewel tijdens de stukkenwisseling al overeenstemming over het materiële geschil was bereikt.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van €1.000, gebaseerd op een vergoeding van €500 per half jaar of deel daarvan aan overschrijding. De minister van Justitie en Veiligheid werd als partij bij het geding betrokken en veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. De uitspraak werd op 19 december 2022 in het openbaar uitgesproken door rechter M.M. Dondorp-Loopstra.
Uitkomst: Minister veroordeeld tot betaling van €1.000 vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn.